Onze Verhalen
Herstellen begint vaak bij begrijpen
Om te herstellen was het voor mij belangrijk om te kunnen begrijpen. Waarom was dit gebeurd. Waarom ik. Wat had ik nooit gezien. Waarom heb ik geen angst gevoeld in onze relatie.
Achteraf denk ik vaak: het is toch bizar. Bizar dat hij de moeite nam om vanuit Rotterdam naar Hoogeveen te reizen, met het mes dat altijd op onze boot hing voor noodgevallen. Op de boot waar ik samen met hem heb gewoond. Hij heeft ruim tweeënhalf uur moeten reizen om bij mij aan de deur te staan. Waarom ging er geen knopje bij hem om. Hij had tijd genoeg om tot bezinning te komen. Maar hij had alles al voorbereid: zijn papieren lagen op zijn bed, en later hoorde ik dat hij bewust afscheid had genomen van de mensen om hem heen. Hij wist: ik kom niet terug.
Die avond stond hij verwilderd bij mijn deur. Er lag een dikke steen op de grond, klaar voor het geval ik niet open zou doen. Wat had ik geluk dat ik die avond niet alleen was. Want anders had ik dit nooit kunnen schrijven. Dan had ik hier nooit over kunnen spreken. Ik heb er vaak over nagedacht: wat maakte dat hij dit deed. Ik heb nooit de gelegenheid gehad om het hem te vragen. Na een hele nacht omzwerven is hij de volgende ochtend voor de eerste trein gesprongen. De held.
Wat ik moeilijk vond, was het verdriet van zijn kinderen. Dat zij hun vader al zo jong moesten missen. En het verdriet van zijn vader. Ik had te doen met hen, hun verlies was groot, en anders dan het mijne. Gelukkig heb ik met hen kunnen spreken. Het was een opluchting om te merken dat ze mij niet beschuldigden. Want ik voelde me schuldig. Ik was bang voor hun reactie. Ik wilde antwoorden. Maar ik was me er ook van bewust dat als hij nog zou leven, mijn leven er nu heel anders uit zou zien. Misschien zou ik dan wel altijd in angst leven. Misschien durfde ik me dan niet uit te spreken.
De angst ligt achter me. De vragen die ik toen graag had gesteld, heb ik losgelaten. Ik ben blij dat ik niet begrijp hoe je dit iemand aandoet.
Want ik zit gelukkig niet zo in elkaar.
De vrouwen zonder blauwe plekken
Er zijn veel vrouwen die in een relatie zitten en niet weten dat die relatie toxisch is. Ze voelen zich geen slachtoffer. Ze voelen zich niet mishandeld. Ze hebben geen blauwe plekken op hun lijf, maar wel op hun ziel. Het afbreken gebeurt langzaam, bijna onmerkbaar. Zo subtiel dat ze het zelf niet zien, en de omgeving al helemaal niet.
Deze vrouwen praten vaak over hun relatie. Niet omdat het slecht gaat, maar omdat ze iets voelen dat ze niet kunnen benoemen. Ze vertellen dat het mooi is, maar soms moeizaam. Ze peilen hoe het bij anderen gaat, alsof ze willen weten of hun verwarring normaal is. Vaak zitten ze nog niet zo lang in de relatie en denken ze dat het zo gaat omdat ze elkaar nog moeten leren kennen, omdat ze elkaars gewoontes nog niet weten. Hij is lief, zorgzaam, kan goed luisteren en heeft veel begrip. Dat is het beeld dat ze vasthouden.
Maar ondertussen gebeurt er iets anders. Iets dat ze niet kunnen plaatsen. Hij gooit situaties terug naar haar. Hij zegt dat het haar eigen schuld is, dat ze het anders had kunnen doen. Hij legt haar uit hoe ze moet denken, hoe ze moet voelen, hoe ze de wereld moet zien. En dan geeft hij haar een knuffel en zegt: “Goed dat ik er ben, hè.”
Het is precies die combinatie van warmte en verwijt die haar langzaam laat verdwijnen.
Deze vrouwen zijn niet bang voor hun partner. Dat maakt het zo gevaarlijk. Ze zien het gevaar niet. Ze voelen geen dreiging. Ze denken dat dit is hoe relaties soms zijn. Dat het aan hen ligt. Dat ze moeten groeien, leren, aanpassen. En daarom komen ze bijna nooit bij de hulpverlening terecht. Niet omdat ze niet durven, maar omdat ze niet weten dat ze in gevaar zijn.
De vraag die hulpverleners vaak stellen is: “Wat hadden wij kunnen doen?”
In mijn geval: niets.
Ik heb het bijna met de dood moeten bekopen.
En met mij zijn er veel vrouwen die in precies dezelfde dynamiek zitten. Niet omdat hulpverlening faalt, maar omdat deze vrouwen niet in beeld komen. Ze passen niet in de protocollen. Ze passen niet in de modellen. Ze passen niet in de categorieën. Ze hebben geen zichtbare signalen. Geen incidenten. Geen angst. Alleen verwarring, schuld en een partner die zegt dat hij het beste met hen voor heeft.
Wat wél werkt, is het netwerk rondom de vrouw. De mensen die haar kennen. De mensen die haar stiltes zien. De mensen die merken dat ze steeds over haar relatie praat. De mensen die voelen dat er iets niet klopt, maar het niet kunnen benoemen. Zij zijn de sleutel. Zij zijn de ogen die moeten openen.
Het is moeilijk, maar de boodschap blijft altijd hetzelfde: blijf dichtbij. Zeg wat je waarneemt, zonder oordeel. Laat haar voelen dat er iets schuurt. Laat haar nadenken over haar eigen woorden. En boven alles: hou de deur open. Altijd. Ook als ze keuzes maakt waar jij niet achter staat. Ook als ze teruggaat. Ook als ze zegt dat het weer goed is. Laat haar nooit vallen. Sta naast haar, niet tegenover haar.
Ik weet dit omdat ik het heb geleefd. Ik was één van die vrouwen zonder blauwe plekken, maar met een ziel vol littekens. En ik weet hoe weinig mensen het begrepen. Misschien zagen ze wel iets, maar ze hadden geen woorden.
Nu heb ik die woorden wel.
En daarom vertel ik dit.
Wat mijn lichaam deed
Wat ik me herinner van de avond dat ik werd neergestoken, is niet de pijn. Die was er niet. Mijn lichaam schakelde uit.
Ik weet nog hoe ik zijn handen om mijn keel voelde, hoe ik het mes zag, hoe hij keek. Maar het daadwerkelijke steken daar is geen herinnering aan. Geen pijn. Geen paniek. Geen bewustzijn.
Mijn lichaam deed wat veel lichamen doen bij extreem geweld: Het ging in freeze. Het schakelde pijn uit. Het maakte me gevoelloos om te kunnen overleven.
Pas toen het gevaar voorbij was, kwam ik terug. Ik zag bloed. Ik hoorde stemmen. Maar ik voelde vooral rust.
Later leerde ik: Het lichaam beschermt ons op manieren die we niet begrijpen, juist op de meest onmenselijke momenten.
Ik deel dit niet alleen voor mijn eigen verhaal, maar ook voor mensen die iemand verloren zijn door geweld. Veel nabestaanden dragen de angst dat hun dierbare heeft geleden. Maar vaak, veel vaker dan we denken neemt het lichaam de pijn weg nog vóór het bewustzijn verdwijnt.
Vandaag gebruik ik mijn ervaring in Van Stilte naar Kracht. Niet om het verleden te herhalen, maar om betekenis te geven aan wat ik heb overleefd en om anderen een beetje rust te geven in wat ondragelijk voelt.
Helpen
Soms komt er iemand in je leven die door iets heen gaat wat bijna niet te bevatten is. Trauma dat zo diep snijdt dat het niet alleen het leven van diegene raakt, maar ook dat van de mensen eromheen.
Wat veel mensen niet zien, is wat er achter de schermen gebeurt. Hoe je als naaste probeert te dragen, te begrijpen, te begeleiden… terwijl je zelf ook maar mens bent. Hoe je soms te hard loopt, te weinig zegt of grenzen verliest waarvan je dacht dat ze stevig waren.
En hoe ingewikkeld het is wanneer iemand die je lief is te maken krijgt met geweld, controle, angst of onveiligheid. Je ziet de pijn en de verwarring, maar je kunt het niet oplossen. Je kunt alleen naast iemand staan, zonder jezelf te verliezen. En dat is misschien wel het moeilijkste wat er is.
De afgelopen tijd heeft ons opnieuw laten zien hoe belangrijk het is dat we blijven praten over dwingende controle, huiselijk geweld en seksueel geweld. Niet alleen voor de slachtoffers en hun naasten, maar ook voor de professionals die ermee te maken krijgen.
We zien nog te vaak dat systemen uitgaan van situationeel geweld, terwijl het in werkelijkheid gaat om intieme terreur: een patroon van controle, angst en macht. En dat verschil bepaalt alles. Het bepaalt veiligheid. Het bepaalt inschattingen. Het bepaalt welke stappen worden gezet, of juist niet.
Dit is geen verwijt, maar een uitnodiging. We weten dat politie, hulpverlening en Veilig Thuis het beste willen doen. Maar zonder kennis van de dynamiek blijft het zicht beperkt, en vallen mensen tussen wal en schip.
Vanuit Van Stilte naar Kracht blijven wij ons inzetten om deze thema’s zichtbaar te maken. Met eerlijkheid, zachtheid en doorleefde ervaring. In de hoop dat bewustwording uiteindelijk leidt tot veiligheid, voor iedereen die ermee te maken krijgt.
Voor teams, organisaties en professionals die hierover in gesprek willen: wij denken graag mee. Samen kunnen we het verschil maken.